Bijen en Geld

Artwork KalliVoodoo
Artwork by KalliVoodoo

Geld. Een monsterlijk onderwerp. Ik ben dankbaar dat ik er genoeg van heb, maar ik ben ook boos.
Ik vind het lastig te doorgronden. Ik begrijp dat het handiger is dan ruilhandel en dat goud ooit aan de basis lag van ons systeem. Ik begrijp ook dat er toen banken kwamen die rente gingen vragen en dat dat slim verzonnen is maar helemaal niet eerlijk. Dat je geld kunt verdienen met geld is… tja…  Wat is dat… Mensen die er (te)veel van hebben halen hun schouders op en kopen nog wat vastgoed en aandelen. Ze vinden dat ze er recht op hebben en dat het hun eigen verdiensten zijn. Soms is dat ook zo. Dan heeft iemand een zaak van de grond af opgebouwd en is zo trots als een pauw. Sommige mensen worden met geld geboren en smijten het achteloos over de balk. Ik denk aan Paris Hilton, die uit verveling niet wist wat ze er mee aan moest. Kijk. Dan word ik boos. Dan denk ik, waarom heb ik dat niet. Waarom ben ik niet geboren in een zwembad vol goudstukken. Ik zou me er wel raad mee weten.

Geld. Je kan het niet eten. Ik stel mij wel eens voor dat er een hele gemene rijke man is die bijvoorbeeld kinderen verkracht en dat iedereen met voedsel in zijn bezit besluit te weigeren hem dat te geven. En dat ie dan uitgehongerd smeekt of we hem dat heerlijke appeltje alstublieft voor een miljoen willen verkopen. Nee, zeggen we dan. Geen sprake van. En die zak met rijst kun je ook vergeten. Ga je gouden vliegtuig maar lekker oppeuzelen.

Tja. En nu heeft mijn lieve vriend een zeer weemoedige bui omdat de aflopen 25 jaar 80% van de insektenpopulatie verdwenen is. Wij hebben zelf gevoeld afgelopen zomer in Slovenië hoe het is om langs een rivier te lopen zonder gezoem. Een paar libelles en wat mieren, dat was alles wat we zagen. Een dooie boel. Landbouwgebied. Gif…

bijgeloof.nu drawing by Cato Fluitsma 2017
Getekend in een vlaag van idealisme

Geld. Ik kan er geen grip op krijgen. Kijk. Je wilt iets doen. Daarvoor heb je dingen nodig. Spullen, mensen, toestemming. Ik zal iets specifieker zijn. Mijn vriend wil namens BeeCare Amsterdam Bijen Totems en Bijen Hotels in de stad plaatsen die dan worden verzorgd door groepen buurtbewoners. Ook nog eens goed voor de sociale cohesie. Samen stop je GFT in de totem en dankzij de hulp van tijgerwurmen blijft de aarde vruchtbaar en kunnen de speciaal uitgekozen bloemen bloeien en hun favoriete wilde bij van voedsel voorzien.
Een fantastisch mooi idee. Maar we krijgen het niet verkocht. We hebben geen slikke presentatie en misschien helpt het ook niet dat mijn vriend geen Nederlander is. Hij heeft al zoveel gedaan om het voor elkaar te krijgen. We zijn bezig met een proeftopstelling hier voor de deur. De winkeliersvereniging is enthousiast, de buren hebben allemaal convenanten ondertekend waarin ze verklaren zorg te willen dragen voor de totem. We hebben al een beetje subsidie van het Fonds voor Oost. Maar nu kregen we dus gister een afwijzing van stadsdeel Amsterdam Oost.

Tja… Hoe kan het dat de centrale bank miljarden euro’s zomaar uit het niets bij laat drukken, of niet eens drukken, gewoon typen, en dat het ons zoveel moeite kost een nobel plan als dit voor elkaar te krijgen? Wat zijn dat voor duistere krachten? En zijn het wel echt duistere krachten of is het gewoon een lomp systeem dat heel nodig op de schop moet? Dat laatste zowiezo en dat gebeurt al vollop. Times are changing en misschien is er wel een manier om geld totaal links te laten liggen. Geld kun je niet eten, van geld kun je geen totem bouwen, er is materiaal genoeg, het is een kwestie van samen dingen doen en tevreden zijn met minder… Wie heeft er trek in een lekker appeltje?

By the way, er zaten hier bij ons thuis vorig jaar herfst vier afgevaardigden van de gemeente. Vriendelijke mensen, zoals jij en ik, maar ze snapten het niet. ‘Tja’,  was het argument van de stadsbiologe die ik nota bene kende van een heksenfeest, ‘er is niet genoeg groen op het plein, dus dan kan het niet… ’ ‘Misschien valt het toch meer onder kunst in de openbare ruimte?’

589F18BC-2ECB-4A9B-8695-6F95B3A62BA1
Helaas maakte onze zelfgebakken honingkoek weinig indruk

Er was geen levendigheid, geen noodzaak, er werd nauwelijks meegedacht. Just another day at the office… ‘Waarom maak je er geen business van?’

Liefde voor de doden

Het spelen tijdens een uitvaart vind ik heel fijn om te doen. Het is spannend, dankbaar en ik kan er al mijn opgedane kennis en ervaring in kwijt. Het is zaak de juiste toon te treffen. Punt een: welk mens wordt hier geëerd? Punt twee: wie heeft er verdriet? Punt drie: welke gasten hebben elkaar lang niet gesproken maar zouden dat eigenlijk wel moeten doen?

D09D73EB-3AFC-4E2F-B986-EC1D4E91F7D3

De dood. Ik ben er niet bang voor omdat ik geloof dat de ziel doorreist naar nieuwe dimensies. Mijn vader geloofde dat niet. Vlak voordat hij stierf vroeg ik hem mij een teken te geven als hij er in het ‘hiernamaals’ achter zou komen dat ik toch gelijk had. Dat deed hij. Op een avond voelde ik een duidelijke duw in mijn rug terwijl er niemand in de ruimte was. Ik wist dat het mijn vader was. Zeker.

Laatst speelde ik tijdens de uitvaart van een Jordanese vrouw. Haar verstandelijk beperkte zoon woonde op zijn vijftigste nog bij haar in en was ten einde raad. Ik speelde zacht ‘Mama, je bent de liefste van de héle wereld’ en later uit volle borst ‘Mijn wiegie was… een stijfselkissie’. Aan het einde van de ochtend kreeg ik een ferme hand van de gesterkte zoon die me heel hartelijk bedankte. ‘Ik vond dat een goed idee mevrouw, dat van die accordeon, mijn moeder had het prachtig gevonden’.

Het was een lowbudget begrafenis. Ik zal het eerlijk zeggen. Zonder mij was het een stuk kaler geweest. Ik omhulde de situatie met hart en ziel. Ik zag de mensen binnen druppelen. Gelukkig niet al te weinig. Ik zag ze schuchter bij elkaar kruipen op de kerkbanken en zacht heen en weer wiegen op de klanken van mijn muziek. Ik voelde me sterk en helemaal vol liefde. En bijzonder nuttig.

Ik reed mee met de pastoor in de rouwstoet. Ik liep mee met de meute achter de kist aan. Flarden jordanese muziek. Niet te hard, ik wilde de vogels en de kerkklokken niet overstemmen.

Ik heb weleens ‘La vie en rose’ gespeeld en gezongen voor een overleden man wiens veertig jaar jongere vrouw uit het Gooi mij al het geld van de wereld gunde omdat ik haar Parijse herinneringen tot leven wekte en haar man dát kon geven wat ze zelf niet meer over haar lippen kon krijgen. Au revoir mon amour….

Dag mama… Stilte. De gasten gooien bloemen en zand op de kist. Hoe lang mag het duren? De zoon kijkt mij aan. Zelfverzekerd. ‘We gaan’. Het is goed zo.

Soms speel ik na afloop tijdens de koffietafel of de borrel en maak ik er stiekem een feestje van. Hopelijk inspireert het mensen het leven te vieren voor het te laat is.

Er mag gehuild worden.

 

 

#youtoo… I love you, Voodoo!

Ik vind dit het allerspannendste blog aller bloggen. Tenminste, wat mijn eigen werk betreft. Ik ga namelijk vertellen hoeveel ik van mijn vriend Hans Kalliwoda houd en waarom. Ik heb al vaak laten doorschemeren en van de daken geschreeuwd dat ik het moeilijk vind om me te binden en bladiebla, maar nu gaat het over de andere kant van de zaak, namelijk waarom ik zo gek op hem ben. En dat is stukke enger om te doen.

In mijn ouderlijk huis…

Hans. Hij is spannend, avontuurlijk en heeft een duidelijke missie. Toen ik voor het eerst zijn volledige naam hoorde, hem vervolgens googelde en wist wat hij zoal deed in dit leven (‘I’m an artist’, ja, maar wát voor artist…) sprong er iets op in mij, een gevoel van herkenning. Zielsverwantschap. Ik stuurde hem een sms-sje (‘Do you want to have some tea with me?’), sprong op de fiets naar zijn atelier en een paar uur laten zei hij schattig: ‘I think I should kiss you now…’.
Het is Valentijnsdag. Wat dat ook moge betekenen… Ik heb het even opgezocht en er blijkt een type reddingsboot van de Nederlandse kustwacht te zijn met de naam Valentijn.

Na een heel fijn weekend carnaval in Breda met vrienden, familie en Hans die mijn hart weer compleet veroverde voelde ik de oprechte drang een liefdesblog aan hem te wijden. En toen bleek het dus vandaag.

Onderweg op vakantie met zijn zoon

Hans. Hij knutselde eens een prinsje voor mij, die kreeg ik, als een soort barbie in een doosje. Hier ben ik! Je prins! Hij gaf me bloemen, een fiets, de Ipad waarop ik nu schrijf, hij bouwde vier hoge bedden in huis en bracht systeem aan in mijn computer en keuken. Hij is altijd vrolijk en neemt de tijd. Behalve als ik aan hem twijfel, dan wordt hij verdrietig en stopt hij met dingen doen voor ons. Dan stort hij zich op het schrijven van lange projectvoorstellen in het Engels, zijn tweede moederstaal, zijn eerste taal is Bayrish.

Hij bestudeert een wandelkaart van Beieren

Hans. Hij heeft de halve wereld gezien, de andere helft komt nog en dan neemt hij mij met zich mee. Het liefst op een zeilboot, of ik nou misselijk word of niet…

Hij fietste twee jaar lang door Afrika toen hij in de twintig was, reisde met een enorme schoolbus en twee mooie vrouwen door Amerika en hield overal succesvolle exposities. Hij woonde in Kaapstad met uitzicht op walvissen, smokkelde hasj en liet zijn hart breken door een prachtig meisje dat goed kon tennissen. Hij woonde met haar in Londen, vluchtte naar Parijs en koos uiteindelijk voor Amsterdam. Daar leefde hij meer dan twintig jaar samen met een vrouw met wie hij de Europartrain realiseerde en een zoon kreeg, en dankzij haar toewijding kon hij ook zijn meesterwerk de World in a Shell creëren, een proces dat tien jaar van zijn leven in beslag nam. Oh ja, hij kreeg ook nog een dochter op zijn 19e van een meisje dat officieel onvruchtbaar was verklaard…

Hij deed de kunstacademie in Berlijn en zat in de kraakbeweging. Als klein jongetje werd hij gescout voor een kerkkoor in Regensburg… Hij had toen al grote oren en een zachte, wijze blik. Maar goed dat hij resoluut weigerde anders was hij nu lang zo onschuldig niet meer…

Met mij in een foute snackbar…

Hans. Ik ken niemand die zo weinig vennijn in zich draagt. Hij is fanatiek, dat zeker, maar boos of gemeen heb ik hem nog nooit gezien. Hij kijkt altijd naar de mogelijkheden en klaagt nergens over. Klagen is voor Nederlanders.

Hij heeft moeite met het feit dat je hier niet spontaan bij mensen op bezoek kunt gaan. Dat je dat van te voren af moet spreken. Mensen houden hier niet zo van verassingen, en dat geldt helaas soms ook voor mij. ‘Come on, let’s check out if puntjepuntje is around…’ Help! Zo ongepast! Soms schaam ik me voor zijn vrijpostigheid en direct daarna voor mijn eigen angst.

De eerste zes jaar van zijn leven is hij opgevoed door zijn oma en roodharige moeder die hem, ook op haar negentiende, ongewenst kreeg. Later kwamen er een lieve stiefvader, een tamelijk botte halfbroer en zeer gezellige half zus bij, die allen nog steeds in het stadje wonen waar ze zijn opgegroeid.

Zijn moeder was, naast mijn naamgenoot, minstens even humeurig en agressief als ik soms kan zijn. Ze is bijna twee jaar geleden overleden. Gelukkig heb ik haar nog mogen ontmoeten. Ik las haar ‘Max und Moritz’ voor aan de keukentafel en maakte haar aan het lachen met mijn accordeonmuziek en overdreven nep gejodel. Haar vader was een vrolijke accordeonist en overleefde daarmee het strafkamp in Siberië. Hij, opa Hans, stierf zeven dagen na de geboorte van zijn bijzondere kleinzoon.

Hans… Wat fijn om iemand zo goed te kennen. Zijn hoofd ruikt naar baby, zijn lichaam vertrouwd. Intiemer zal ik hier niet worden, maar we hebben het meestal heel erg fijn.

Toen hij voor het eerst bij mij op bezoek kwam was dat in mijn tuinhuis. Ik had daar al best wat gegadigden op de veranda ontvangen,  maar die zaten alleen maar spelletjes te spelen op hun telefoon en commentaar te leveren op de staat van mijn in weze mooie huisje. Hans niet. Hij had zijn werkschoenen meegenomen en spitte zonder dat ik iets hoefde te vragen de halve tuin om… Ik zag zijn schouders en sleutelbeenderen en wist dat het goed zat.

EE617A2A-7515-4D7D-9821-9FEF752FBA40
Hij groef een heksje op uit de modder…

We zijn nu ruim vier jaar samen.
Ik heb liedjes voor hem geschreven, honderden keren voor hem gekookt, we hebben gedanst op festivals en gekampeerd met de kinderen, twee van mij en een van hem. Nu twaalf, twaalf en dertien jaar oud.
Hij doet de afwas met een precisie waar je u tegen zegt en in de grote hal van ons huis gaan we een mini-theater maken.

Het valt me op dat dit verhaal vrij praktisch is, maar dat is misschien juist wel de kracht van onze relatie. We kunnen het dagelijks leven samen heel goed de baas. Als je weet hoe moeilijk ik het vaak al vind mét hem, kun je nagaan hoe ik het er zonder hem vanaf zou brengen… Ik ben geen held in alles op een rijtje zetten. Ik worstel me vaak een ongeluk en schrijf daar zo nu en dan een grappig en/of schrijnend liedje over (‘Ik denk elke keer ik maak een vrolijk lied, maar wat ik ook probeer, dat lukt me niet’…  gouwe ouwe).
Nu lukt het wel. Sámen. Ik sta voor het eerst in mijn leven niet meer rood.

We lijken op elkaar. Ook ik ben fanatiek en heb een missie. Bescheiden zijn we beiden niet en we houden van feestjes en mensen om ons heen. We hebben dezelfde idealen en verlangens en de oprechte wil iets goeds te doen voor de wereld.

Lieve Hans, je vroeg me laatst of ik alsjeblieft wil geloven in alles wat je nog wilt ontwikkelen. Je zangtalent, je ideaal voor de bijen, voor de sociale cohesie, tegen de eenzaamheid… Je wilt naar Botswana met de World in a Shell en het liefst nog veel meer reizen. Nu help je mijn kinderen met hun huiswerk en haalt ze op van feestjes…
Je bent cultureel vluchteling en hebt in mij je thuis gevonden. Ik wil graag een circus, we vinden elkaar behalve in bed ook in de kunst. We zijn een duo. KalliVooDoo. Ik de Kalli, jij de Voodoo.

Met carnaval heb je me weer helemaal betoverd, jij ouwe sjamaan, met je #youtoo hoed. De hoge hoed van het circus, ben benieuwd wat we daar nog allemaal uit gaan toveren samen…

image
#you too (kijk goed op de hoed) I love you Voodoo!