
Gisteren wilde ik eigenlijk niet naar het Stenen Hoofd, naar het laatste feestje in de Yurt. Ik was boos. Ik was blij eindelijk een dagje lekker thuis te zijn om stoom af te blazen en bij te komen.
Toen belde mijn vriendin Daphne. Ze zei dat ze een kaartje had gekocht en vroeg of ik ook ging. Ze complimenteerde me met de fijne sfeer tijdens het vrouwenritueel dat ik een paar weken daarvoor mede had georganiseerd. Ze vertelde hoe blij ze was geweest om al die mooie mannen en vrouwen bij elkaar te zien rond een prachtig, laaiend vuur, midden in de stad.
Terwijl we belden, belde mijn nieuwe vriendin Adonina. Ze zei dat ik toch maar wel moest komen. Het ging tenslotte om de vrede.
Dus oké. Ik kleedde me wat leuker aan en sprong op de fiets. Ik woon in Oost en moest naar West, maar fietsen door Amsterdam blijft heerlijk, ondanks – en soms dankzij – alle bouwputten en andere obstakels op de weg. C’est la vie. En la vie in Amsterdam is zo slecht nog niet.
Steelhenge stond ‘aan’. Het is een licht- en geluidshow van een half uur, gemaakt door mensen van Defcom. Mooi, misschien. Maar eerlijk gezegd ben ik er nog nooit echt goed naar blijven luisteren. Ik word voortdurend afgeleid. Het komt uit een computer en heeft totaal geen binding met de mensen die in de ‘Temple of Peace’ staan.
Het vuur brandde niet.
Sorry dat ik een beetje hard ben, maar misschien hoort dat ook bij mijn rol als ‘activist’. Vanmorgen bedacht ik me dat ik misschien wel een soort Johannes van Dam van de subcultuur zou kunnen worden. Weten jullie nog wie dat was? ‘Een journalist die decennialang bekend stond om zijn vlijmscherpe en ongezouten recensies. Een hoog cijfer van zijn hand kon een restaurant direct vol laten stromen, terwijl een vernietigende recensie het einde van een zaak kon betekenen’.
Ik maak me geen illusies, maar ik weet wel dat steeds meer mensen mij kennen. En dat wat ik zeg best vaak ergens op slaat. Daarin werd ik laatst ook nog bekrachtigd door astrologe Jeanette Groenendaal. Ik kan goed en ver kijken en ben ook bereid mijn eigen zwakke kanten onder ogen te zien en me verder te ontwikkelen.
In ‘de henge’ kwam een man naar me toe.
“Stegenwachter Frank,” stelde hij zich voor.
Ik herkende hem niet, maar hij kende mij blijkbaar wel. Later begreep ik dat we eerder al eens hadden gepraat — iets wat me vaker overkomt.
“Wat leuk dat je er bent, Cato,” zei hij. “Ik heb je stukjes gelezen. Je moet niet denken dat het nu voorbij is. Het Stenen Hoofd is al decennia lang een plek voor vrije cultuur. Misschien kunnen we hier zelf een keer iets organiseren.”
Ook kwam Nick van de Houthavens naar me toe. Hij vertelde hoe blij hij was met dit stukje vrijheid dat hij even had ervaren.
“Iedereen heeft problemen,” zei hij. “Maar hier kon ik ze even vergeten. Mag ik je een knuffel geven?”
Goed, Nick!
Ik heb Steelhenge niet gebouwd.
Ik heb de yurt niet gehuurd.
Ik heb zelfs niet één keer de afwas gedaan.
Maar ik heb me er wel mee verbonden.
Ik heb mijn energie eraan gegeven.
En die energie zal blijven stromen.
Of ik nou wil of niet.
Het Stenen Hoofd is een iconische vrije ruimte aan het IJ in Amsterdam (Westerdokseiland). Deze voormalige havenpier fungeert als een rauwe, onbebouwde publieke plek waar cultuur en ontspanning samenkomen, zonder de strakke regels van de commerciële stad.