De Dubbele Regenboog (werk aan de winkel)

Ik zit in de camper op camping Solaire in de Hoge Alpen in Frankrijk. Een camping vol Nederlanders, een keurig zwembad, zes pingpongtafels en een voetbalveld. Hans en ik vinden het hier een beetje saai maar het geeft ons wel de ruimte om te werken. De kinderen zijn totaal in hun element. Wij zijn er voor het voedsel, de gezelligheid en het vervoer. Het gaat heel goed, ik geniet er enorm van.


Mijn werk is accordeon spelen, zingen, sfeerbeheer en teksten schrijven. Ik ben gezegend met een mooi beroep. Ik ben een kunstenaar. Corona gooide even wat roet in het eten maar dankzij de Tozo en wat kleine donaties heb ik het weten te redden. We hadden tijdens de lockdown de lieve Selene uit Peru te logeren. Een arts van artsen zonder grenzen en tevens sjamaan. We were very blessed. Toen ze wegging kreeg ik haar groen met rode toverjurk vol kleine brandgaatjes en de geur van echte rozen.


Ik ben pas begonnen met livestreamen op Facebook. Ik dacht, een beetje PR kan geen kwaad. Heel erg leuk, het is spannend om te doen, maar laatst ging ik toch even behoorlijk de mist in. 
Hans was jarig. We waren in Beieren bij zijn familie. Zijn broer en zus wonen boven elkaar in het riante ouderlijk huis. Broer een gescheiden sportfanaat, zus werkt als manager in de zorg. Ze heeft een prinses van een dochter en een zojuist weggehaald kankergezwel. Haar man is jonger en veel van huis om te werken als timmerman, te sporten en bier te zuipen met zijn schoonvader die een eigen visvijver heeft.


Hans wilde zijn verjaardag graag vieren want hij is een geboren feestneus. Zus zegt: doe het maar hier in de tuin maar ik wil geen verantwoordelijkheid. Dat valt niet mee voor een vrouw die altijd alles regelt en de dingen graag duidelijk heeft. Ze stelt voor om Stekkerlfisch te eten. Een gemarineerde forel met een stok door zijn/haar buik op de bbq, gewikkeld in papier, zodat je de graten na afloop makkelijk weg kunt gooien. De vissen zullen vers gevangen worden, maar hoeveel mensen komen er? Wie doet de boodschappen en waar? Wat eten we er verder nog bij? Hoeveel wijn en hoeveel bier en we hebben niet veel geld en hoe laat begint het eigenlijk? Dochter de prinses moet huilen in de keuken. Ome Hans denkt het allemaal maar weer zo te kunnen flikken terwijl mama net terug is uit het ziekenhuis…

Steckerlfich

Om drie uur staat er al een oude vriend uit Kaapstad op de stoep. Ze hebben elkaar tien jaar niet gezien. Zijn zoon heeft het syndroom van down, zijn vrouw is kaal en draagt een muts. Ze loopt krom van de bestraling. Echte hippies, ze noemt me later op Facebook haar soulmate. Haar stevige zus is mee voor de begeleiding. Ze gaan nog maar even een rondje rijden door de bosrijke omgeving want ze zijn een beetje vroeg en hebben aandacht nodig. Dat voelen ze heel goed aan. De grote witte tent,tegen de verwachtte regen, staat nog lang niet. De bijeen gesleepte bierbanken moeten worden afgenomen met een sopje. Broer en zus vermijden elkaar. Er heerst spanning. Ik kan het voelen en krijg er bijna hoofdpijn van. Zelf ben ik ook niet al te ontspannen. Gelukkig heb ik mijn heldin, Oracle Girl Jacqueline Hobbs ingeschakeld om de familie bij wijze van noodgeval bij te staan. (Lees hier hoe dit werkt als je je getriggerd voelt).

De dochter van Hans arriveert. Ze is net veertig geworden. Hans werd vader op zijn twintigste. Niet de bedoeling. Ze is weer wat dikker geworden en komt met een flesje wijn aan terwijl Hans nooit drinkt. We hebben voor haar een collage gemaakt toen ze in Amsterdam logeerde. Van plaatjes die ze zelf bij elkaar heeft gezocht. Dat was fijn, maar het kunstwerk raakte kwijt met de post. Nu hadden we dan gelukkig een ingelijste foto van het kunstwerk mee. ‘Schrijf er iets liefs op’, sis ik Hans toe. ‘Dat vindt ze fijn.’
Liam, de jongen met down, is mijn beste vriend. Hij beweegt mee op de stroom van mijn uitwaartse energie. Ik probeer de boel op een lijn te krijgen, ‘alignen’ noem je dat. Daarvoor moeten de tafels scheef en de voortent open. Eén tafel onder de appelboom, kleurrijke vlaggetjes, wierook, de JBL met een bluesy ‘Afrikaanse’ muziekstroom op mijn spotify. Een geweldige uitvinding. Zowel spotify als de compacte speaker. Ik geef links en rechts aaien over bollen. Nee kinderen, niet boven blijven zitten, kom maar gezellig hier met die spelletjes en Liam wil misschien ook wel meedoen?  Zijn zieke moeder rookt als een ketter. Ze keurt mij en mijn acties goed. Ze heeft een gehaakte jurk aan gemaakt van een oude bedsprei. Later zie ik een foto van toen ze jonger was. Een coole eighties chick. Een hele mooie vrouw.

‘Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt… ‘

En dan komt nog de hiphop neef met hoedje, nerdy bril en  zijn ‘spirituele’, half Aziatische vriendin. Ze heeft iets treurigs over zich, later begrijp ik dat ze maar weinig soulmates heeft hier in Beieren. De volgende dag zal ik mantra’s met haar zingen in een grote, warme tuin. De bipolaire nicht komt na zesentwintig appjes toch maar niet. Misschien door het jointje wat we de avond daarvoor gerookt hebben samen. Zoveel opwinding heeft ze lang niet gevoeld. Ik voel me schuldig maar ze is me juist dankbaar.


Het feest! Een samenkomst van familie en vrienden. Hans is rock ’n roll. De boel begint te stromen. Ik blow een beetje en ben zo trots en vol liefde voor de feestende mensen dat ik denk dat het leuk is om live te gaan op Facebook. Maar gaat mijn spotify dan uit? En hoe stel ik het licht in op mijn simpele mobiel? Ik sluip door de tuin met mijn live-verbinding en denk dat het geweldig is wat ik deel. Want dat is wat ik wil. Delen! Kijk mensen, hoe mooi het leven is! En kijk hoe goed ik bezig ben. Dat natuurlijk ook wel ’n beetje.
De kunstvriend uit Kaapstad gluurt en glundert naar me. Hij maakt politieke zeefdrukken en houdt heel veel van Hans, met wie hij de meest wilde avonturen beleefd heeft. Ik ben uiteraard ook dol op hem, maar soms is hij een beetje hardhorend, dat kan zijn zus beamen. Kunstvriend vraagt of ik nog iets moois ga spelen voor ze alweer moeten vertrekken? Oh ja…dat hoorde er ook nog bij.

Ik speel en zing en Hans danst met Liam, de jongen met down. Het is een prachtig spektakel. De vis smaakt goed, de gesprekken gaan diep, steeds dieper… En dan: een dubbele regenboog! Zo mooi! Zo helemaal perfect en ik voel me een ware tovenaar. Of was het het werk van Oracle Girl? Er belt opeens ook nog een oude, gemene tante waar men al heel lang niets meer van had gehoord…
Mijn telefoon is inmiddels leeg. Ik had ‘m niet goed ingeplugd en kan er geen foto’s meer mee maken. De dubbele regenboog live delen via Facebook is al helemaal uit den boze. Welk een Scheisse…. 


De volgde dag bekijk ik vol verwachting mijn sluipvideo. Zwaar genant. Het beeld is scheef, wiebelt en er gebeurt geen fuck. Ik dacht dat ik de zwaaiende Liam vanaf het balkon goed in beeld had gebracht maar daarvoor blijkt mijn lens te zwak. Hans zegt iets over hoe relaxed het allemaal is waar ik pinnig op reageer. Ik luister zélf voor geen meter. Ik schaam me diep en heb bijna een week nodig om bij te komen.
Ik begrijp de rol van de kunsten nu wel veel beter. De poëzie van het leven is soms lastig te vangen. Daar is werk voor nodig. Dat doe je niet een, twee hupsakee even tussen de bedrijven door op Facebook Live. Tenminste… Misschien met goede apparatuur en een beetje oefening kan het best leuk uitpakken, maar what’s the use? Délen  wil ik. Daarom. Daarom en nergens anders om. En om klanten te trekken misschien, internet is voor ’n deel ook een handelstool natuurlijk.

Slecht ingekaderd filmpje. De dubbele regenboog was in het echt veel mooier maar Hans lacht wel heel lief en had nog juice.
Charley zegt: ‘Woa, der ist echt brutal…’


Soms zou ik willen dat mijn ogen camera’s waren en mijn oren microfoons. En dat ik maar hoefde te knipperen en of het zat al in jullie systemen. Maar zover is het nog niet. Helaas. Er is werk aan de winkel.

Danny zet de bloemetjes buiten (en iets over corona)

Danny en ik in de binnentuin in 2013

Van de week werd ik gebeld door Danny. Of ik kom spelen op zijn verjaardag. Ik ken hem van een verzorgingshuis waar ik een paar keer optrad. Ik ben ontroerd door zijn initiatief. Danny is verstandelijk beperkt maar kan goed voor zichzelf opkomen. Een charmante persoonlijkheid met een hart van goud. Een beetje een Don Juan.

Vorig jaar zat ik op zijn verjaardag op een doorrookte leren bank tussen zijn familie en een paar andere sociale vrouwen een gebakje te eten. Posters van spannende meiden aan de muur. Hij is groot fan van Donna Summer. Vandaag wordt hij 76.
‘Schat, wat fijn dat ik je stem hoor. Ik zit hier al tien weken opgesloten. Het lijk wel een gevangenis. Ze komen me eten elke avond brengen… Ik mis alleen de tralies nog’.
‘Ok Danny. Ik kom wel even langs.
Ik zal contact opnemen met je begeleider’.

Vanochtend op de fiets in wapperende rode zomerjurk.
Er klinken opzwepende housebeats uit een bezemwagen.
Een mainstream DJ roept iets over ‘in corona tijden’ met een soort van samenzweerderige trots. Alsof het een spannend event betreft.
Ik bedenk me dat ik dit hele gebeuren wel live zou willen streamen omdat dat goed is voor mijn PR en ik ook wel van aandacht houd, maar ik kan moeilijk filmen en accordeon spelen tegelijkertijd. En als ik een enorm statief mee moet nemen krijgt het allemaal toch weer een andere lading. Ik besluit dat een foto volstaat.

Ik kom aan bij het verzorgingshuis. Een zenuwachtige dame dribbelt over straat. Ze roept wat door de elektrische schuifdeuren.
‘Zou de accordeoniste hier buiten komen spelen?’
‘Ik ben de accordeoniste’.
‘Oh, hallo! Wat ontzettend leuk….
Maar is het wel veilig als wij naar binnen gaan?’

Ze is samen met haar man. Oude buren van Danny.
Ik zeg dat ik heb afgesproken op de binnenplaats.
Ik wacht binnen bij de receptie. Er wordt naar boven gebeld. Danny komt algauw met een knappe, donkere begeleidster de trappen afgedaald. Hij draagt puntige lakschoenen en een grote stropdas. Ik voel dat hij me wil omhelzen maar dat kan natuurlijk niet. De buren mogen niet naar binnen dus zingen we eerst een liedje op straat. De buurvrouw werpt Danny een kadootje toe. Alsof ze in Artis de apen voert. Danny raapt het haastig op. ‘Het is aftershave’, zegt ze er nog bij.
Ik zing: ‘Er is er een jarig, hoera, hoera!’ plus de hele herkenbare riedel er achteraan. Uit volle borst. ‘Hoera!’
Danny is verlegen. De buren en de begeleidster klappen vrolijk mee. Ik hou het kort. De buren vertrekken en zijn blij dat hun missie is geslaagd. Ze hebben nog een verjaardag vandaag en gaan per toerbeurt bij iemand in de tuin zitten.
Wij gaan naar de binnenplaats. Het restaurant dat we passeren is uitgestorven. Via mijn eerdere contactpersoon vernam ik dat één iemand van het personeel is overleden aan corona. Verder is er niemand ziek.

De binnenplaats is leeg en pas vernieuwd. Kale tegels, de plantjes moeten nog groeien. Een client pakt een stoel en gaat erbij zitten. Ik kijk hoopvol naar boven, naar de balkonnetjes, maar er is geen ziel te bekennen.
Danny zegt: ‘Toch leuk da je gekomme ben’.
Ik speel nog wat liedjes.
‘Breng eens een zonnetje onder de mensen’, ‘Tulpen uit Amsterdam’.
‘Ik voel me zo verdomd alleen’…
Ik wil nog even doorgaan maar de begeleidster wordt onrustig.
Het is nu wel mooi geweest.
Onderweg naar de uitgang spreekt een leuke verzorgster mij aan.
‘Grappig, zo’n klein, wit accordeonnetje’.

Ik weet niet precies meer hoe het gesprek verliep maar ze maakt me duidelijk dat ze het allemaal maar raar vindt, deze hele corona toestand. Ze wijst naar haar voorhoofd.
Ik zeg: ‘Inderdaad, volgens mij klopt er geen bal van’.
‘Oh, gelukkig…’, zegt ze, zo van, voel jij wat ik voel… begrijpen wij elkaar?
‘Ik ben hooggevoelig, zegt ze, ‘ik heb het een paar jaar geleden erkend’.
Ik krijg kippenvel, ik merk dat het van diep komt.
‘Hier worden de mensen pas ziek van.
En dat onze collega is overleden aan corona…. ‘
Ze schudt haar hoofd. Tranen springen in haar ogen.
‘Maar ik mag niks zeggen, zet het maar niet in de krant…’
Ik geef haar mijn kaartje. Zij gaat sjoelen met een bewoner.
‘Ik mag er vier tegelijkertijd. Dat is in elk geval iets.’

Ik ga weer naar huis. Mijn verhaal is geschreven.

‘Ons Groot Kapitaal’ bij de Amsterdamse Golf Club

98D771D7-85B2-4D3D-BD09-DCF9212CF8D6.jpeg

Via de Bussumse kunstmarkt kwam ik bij de AGC terecht.

Ik was geboekt ‘om het volk te vermaken’ tijdens het lustrum van de AGC. 
Daar was ik best verheugd over en ik had er zin in. Het thema was ‘La Vie en Rosé’ en aangezien ik wel wat Franse liedjes ken mocht ik komen spelen. Ik had een wapperende Frans-achtige jurk aangedaan van het merk ‘Cathérine’, hoge hakken en een baret met daaronder een ingewikkelde vlecht vol haarlak. Oorbelletjes, beentjes netjes geschoren, poeh, ik had me wel uitgesloofd.
Ik kwam aan met mijn privéchauffeur en was enorm onder de indruk. De verre, glooiende grasvelden, de wuivende dennebomen en wow, het leek wel een hotellounche. Ik moet eerlijk zeggen, ik barstte van de vooroordelen.

Ik werd stijfjes begroet door een roodharig meisjes met een driehoekig gezicht en een wijze bril op haar neus. ‘Wat kan ik voor jullie betekenen?’
‘Niets, ik kom spelen, ik pleur m’n spullen daar wel in de hoek en graag een dubbele whiskey voor mij en mijn vriend’. Dat zei ik niet, ik drink niet eens, maar ik werd op de een of andere manier een beetje kribbig. 
Ik word erg onzeker van sjieke toestanden. Ik heb nooit geleerd fatsoenlijk met mes en vork te eten en krijg accuut haaruitval als ik hoogpolig tapijt bespeur. Maar het bleek allemaal reuze mee te vallen.

4B5612E2-9666-436C-BAA3-77C75FE3F052

Ruigoord en de AGC zijn buren en liggen in hetzelfde gebied, ‘Ruigoord’ genaamd.

Het was wel wat winderig op het terras. Ik zette mijn Franse liedjes in de loep en knikte iedereen vriendelijk toe. Eerst als welkom, later bij de tafels, alwaar de over het algemeen gepensioneerde en uniform geklede dames en heren hun scores zaten uit te rekenen. 
Toen kwam het opperhoofd op me af. Dubbele naam, nog net geen dubbele tong. Fuchsia roze clubtrui, hij pakte mijn hand te lang en te vlezig vast. Kriegel. Dat moet je bij mij niet doen. 
Ach, weet ik veel, die man gaf me op het laatst heel lief een nostalgisch koekblik met golf spelende dames erop, echt mooi, ik hou van dat soort blikken. Ik was gevleid en goed gevoed en men was tevreden en had prima gelachen. Maar wat ik eigenlijk wilde vertellen… 

Een van de heren had vantevoren onderzoek naar mij gedaan en mijn strijdlied ‘Ons Groot Kapitaal’ op youtube beluisterd. Hij spoorde mij aan het voor zijn vrienden en vriendinnen te zingen. Hij vond het zo ontzettend mooi! En hij was het absoluut met me eens en had last van schuldgevoelens. Dat ie niet echt iets goeds voor de wereld kon doen. Ik dacht, je mag ons wel komen helpen met onze sociaal-ecologische kunst, maar zo makkelijk ging dat niet. Hij had grote, onschuldig blauwe ogen en was nou ook weer niet zo héél erg rijk. Het échte geld zat bij de Arena, bij die jonge ondernemers daar. Zij hier waren allemaal maar heel gewoon. 5% was miljonair, maar die waren er vandaag helaas niet. 
Ach. Alles is relatief. Ze waren wel erg in hun nopjes met hun heerlijke, welverdiende hobby. Lekker spelen in de buitenlucht. Wie wil dat nou niet?

FFB536DA-0B38-4DCA-A554-D1FD02549134
Vandaag streden de heren tegen de dames en sleepten die laatste traditie getrouw de bokaal in de wacht…