‘When love was king…’

Ik was gister met een vriend uit Tilburg naar een optreden van Gregory Porter in het Olympisch Stadion. Deze vriend werkt voor een bedrijf dat de beeldregistratie verzorgt en beelden levert voor grote concerten. Hij had vrijkaartjes.

Joepie. Een fijne bezigheid voor een anders zeer normale maandagavond.

Ik kende Gregory nog niet. Hij is erg beroemd en ik snapte ook waarom. Hij zingt prachtige, soulvolle jazz met een diepe stem en heeft een zeer liefdevolle uitstraling. A black man. Zijn moeder was dominee en preekte voor de zwakkeren in de samenleving.

Het publiek bestond uit chique en in mijn ogen ‘brave’ mensen.

Gregory werd begeleid door het Metropole Orkest.

Ik keek meer naar de beelden dan naar hem ‘in het echt’. Een man in een crèmewit pak en een zwarte pet met stof aan de zijkant en onder zijn kin. Een baardje. Een knap, rond gezicht.

Mijn vriend en ik hebben ‘een vibe’. We mogen elkaar graag en ik heb hem een paar jaar geleden geholpen om uit een diep dal te kruipen.

Hij kwam naar carnaval verkleed als de dood.

Ik gaf hem liefde, aandacht en peptalk.

Nu was hij een stuk stoerder en stralender.

Gister plaatste ik een foto op Facebook van een slapende, dakloze vrouw op een bankje voor het Centraal Station. Een verhaal erbij waarin ik vertel dat ik een foto van haar maak en een tientje in haar buideltasje stop, omdat ik weet dat ik haar online ga exploiteren.

Het riep vragen op en irritatie.

Wil ik zo graag laten zien hoe nobel ik ben?

Dat ik een ‘deugmens’ ben?

Heb ik dan niet gehoord van privacy?

Ik had het beeld expres aangepast zodat ze niet herkenbaar was. Maar daar lazen de critici voor het gemak maar even overheen.

Ik voelde de negatieve energie en begon meteen weer aan mezelf te twijfelen.

Oh jee.

Had ik iets verkeerd gedaan?

En ja, ik vond mezelf ook wel een klein beetje nobel. Is dat dan zo erg?

Om eerlijk te zijn vind ik mezelf op dit moment inderdaad enorm goed bezig. En daar heb ik hard voor gewerkt: om zo te leven dat ik met mezelf op één lijn lig. Dat ik met mezelf door één deur kan.

En dan ben ik nu ‘een deugmens’…

Zucht.

Ik zag die vrouw en vond het ook gewoon een mooi beeld. Mooi, maar ook treurig natuurlijk. Ik vond het kunst. Het verhaal erbij ook. Mooie, gelaagde kunst.

Maar of het is wat ik echt wil doen, weet ik ook niet precies. Mijn blog Cato’s Vrije Ruimte is een onderzoek. Ik schrijf heel openhartig over wat me bezighoudt en nu kwam dit verhaal op mijn pad. Ik leer elke dag en heb daar plezier in.

Uiteindelijk wil ik net als Gregory zingen op een groot podium voor duizenden deugdzame mensen in nette pakken en met dure banen… mensen die bij banken werken of in de wapenindustrie… Ik noem maar wat.

Spanningsveld.

Mijn vriend schreef na afloop: “Super avond. Wat een warmte heeft jouw liefde.”

Dat deed me heel veel goed om dat te horen.

Al weet ik ook niet zeker of hij het leuk vindt dat ik dit schrijf. En of het per se nodig is dit met jullie te delen.

We hebben niet gezoend. Even voor het complete beeld.

Gewoon, liefde van mens tot mens. Is dat nou zo erg?

‘When love was king’, zong Gregory.

Die zin galmde nog lang na toen ik na afloop alleen naar huis fietste.

‘When love was king…’