Arm is het nieuwe rijk…

Deze titel spookt al ruim een dag door mijn hoofd. Of het waar is weet ik niet. Het is sowieso kort door de bocht.

Arm zijn is ontzettend onhandig. Stressvol ook. Helemaal als je ziek bent of plotseling een nieuwe wasmachine nodig hebt, zoals ik laatst. Dan is het hoogst vervelend om geen spaargeld te hebben.

Ik heb geen spaargeld. Geen cent. Ik héb wel een spaarrekening, maar daar staat hooguit duizend euro op, en dat geld heb ik meestal alweer nodig om mijn huur te betalen. Het is meer een emmertje waar ik mijn geld even in bewaar, om het er vervolgens weer razendsnel uit te halen.

Geld boeit me. Of eigenlijk: het fenomeen geld. Niet het geld zelf, want als dát me echt zou boeien, zou ik er waarschijnlijk wel meer van hebben.

Nee… hoe moet ik het zeggen…

Nu zit de warrigheid van mijn eigen geschrijf me een beetje in de weg. Ik dacht: ik pleur gewoon een statement neer en dan komt de stroom vanzelf op gang. Dan weet ik wel wat ik eigenlijk wil zeggen.

Maar zo werkt het vandaag niet.

Mijn zwarte kat kruipt dicht tegen me aan en probeert met haar pootje mijn aandacht te trekken. Ze heet Bennie en is enorm stoer en leuk. Ze kent alleen mijn flat en mijn twee balkons. En ze kan een stukje boven de winkels lopen, over de glazen afdaken en onder de balkons van de andere flats door. Snappen jullie dat?

Dat is haar territorium. Verder is ze nog nooit ergens geweest. En toch kijkt ze uit haar ogen alsof ze de hele wereld heeft gezien.

Bennie is zwart, maar als je goed kijkt zie je donkerbruine strepen. Ze heeft ook nog een zusje: Dickie. Die is licht als een veertje en zó ontzettend lief.

Mijn dochter is een totale kattenfreak en heeft inmiddels al duizend foto’s van hen gemaakt.

Wat een rijkdom.

Die liefde.

En sommige foto’s zijn geniaal.

Arm is het nieuwe rijk…

Ik bedoel: ik heb soms medelijden met hele rijke mensen.

Het idee dat je alles kunt doen wat je wilt en tóch niet gelukkig bent… dat lijkt me verschrikkelijk. En de angst om je geld kwijt te raken lijkt me ook verstikkend. Het is bovendien nooit genoeg. Er kan van alles misgaan: kelderende koersen, brand, diefstal…

Als je iets bezit, moet je er ook voor zorgen.

En daarmee lever je een stukje vrijheid in.

Wat me ook niet leuk lijkt, is dat je nooit zeker weet waarom mensen aardig tegen je zijn. Komen ze voor jou of voor je geld?

Geld is macht.

En macht corrumpeert.

Ik merk het zelfs bij mezelf. Ik ken een paar hele rijke mensen en dan denk ik weleens: jeetje… als jij eens wist wat ik allemaal met jouw geld zou kunnen doen. Waarom sponsor je me niet?

Maar ik durf het niet te vragen.

Soms vind ik zo iemand namelijk niet eens zo heel erg leuk. En als diegene mij gaat sponsoren, voelt het alsof ik ergens aan vastzit. Alsof ik energetisch verplicht ben vriendelijk te blijven, terwijl ik juist de neiging krijg om alles eruit te gooien. Om alle gebreken die ik zie haarfijn te benoemen.

En daar zit zo iemand meestal helemaal niet op te wachten.

Veel geld kan ook eenzaam maken, denk ik.

Wantrouwend.

Komen ze voor mij…

of voor mijn geld?

Ik ben dus arm. Relatief gezien. Ik bungel eigenlijk al mijn hele leven onderaan het rijtje van Nederlandse inkomens.

Nu was dat lang niet altijd zo erg, want ik geef eerlijk toe: ik heb in mijn leven heel wat uitkeringen gehad. Een studiebeurs, later de WIK (Wet inkomensvoorziening kunstenaars), een tijd de ziektewet, toeslagen, een Stadspas…

Dus ik heb makkelijk praten.

Ik ben nooit écht arm geweest.

En ik heb eigenlijk ook nooit echt een baan gehad.

Nou ja… ongeveer tien jaar werkte ik vijftien uur per week in de naschoolse kinderopvang. Verder leef ik inmiddels al zo’n achttien jaar van mijn werk als accordeonist en zanger en ben ik zzp’er.

Ik ben eraan gewend geraakt dat ik niet weet hoe de volgende maand eruitziet.

En ik heb geleerd te vertrouwen.

Op het universum.

En op mijn medemens.

En nu voel ik me vrij.

Vrij om te schrijven. Vrij om alles op te schrijven wat ik denk, want niemand kan mij echt iets maken. Ik ben niet gebonden door de ketenen van het geld.

Een klein beetje misschien aan jullie, mijn lieve trouwe lezers.

Ik ben ontzettend dankbaar voor iedereen die mij heeft gesteund en nog gaat steunen.

Ik kom met alle liefde je verjaardag opluisteren met zang en dans.

Een beetje geld is natuurlijk welkom. Maar eten, drinken, mooie ontmoetingen, connecties en plezier zijn óók valuta.

Ik vertrouw erop dat je me geeft wat je kunt missen en me het beste gunt. En zo niet, dan ga ik weer ergens anders heen.

Met de trein.

Of op de fiets.

Want een auto heb ik niet.

En ook geen rijbewijs.

Daar had ik nooit geld voor. En mijn vader dacht bovendien altijd dat ik dat nooit zou kunnen leren.

Maar dat…

…is weer een ander verhaal.

Arm is het nieuwe rijk.

Begrijpen jullie inmiddels een klein beetje wat ik bedoel?

Nog wel even een ding: ik heb nu ontzettend veel zin om rijk te worden, want ik ben het geldgebrek ongelofelijk zat. En ik heb een nieuwe engelvriend in mijn leven die met mij de hele wereld af wil reizen, dus daar heb ik wel geld voor nodig.

En dan ga ik overal waar ik kom schrijven.

En als ik dan vet binnenloop…

mogen jullie bij mij een studiebeurs aanvragen.


Ik vind dit, met die foto van Dickie erboven, eigenlijk een heel mooie combinatie. Die kat belichaamt precies wat je in de tekst beschrijft: een wezen dat nauwelijks iets bezit, een piepklein territorium heeft, en toch kijkt alsof de hele wereld van haar is. Zonder dat je het expliciet zegt, versterkt de foto je verhaal. Dat is een mooie vondst.

Dank! Dit was nog even een opmerking van mijn vaste vriend Schatty…