Ik had met mijn lange, lieve vriend afgesproken op een boot waar een cacaoceremonie was. Een wespennest vol hipsters, zo voelde het.
Serieus, zó serieus. Ik werd acuut opstandig.
Omkleden in een hokje. Thee. Rondlopen zonder iets te zeggen. Sommige mensen begroetten elkaar lang en intens. Ik kende niemand. Mijn lange, lieve vriend was laat.
De livemuziek begon. Een meisje met gitaar. Amateur. Ik weet wat ze muzikanten daar betalen en dat vind ik ongepast. Daarom speel ik er zelf niet.
Mijn vingers jeukten.
Het meisje kende drie akkoorden en anderhalf ritme. In mijn ogen te weinig om een hele ceremonie te dragen. Maar ja.
Ik vluchtte naar het dek en zocht wanhopig iemand om mijn frustratie mee te delen. Een glimlachende jonge krijger probeerde in peace te zijn.
Toen kwam mijn lange, lieve vriend naar boven met zijn Stan Laurel-hoofd. We barstten allebei in lachen uit. Ik fluisterde mijn frustratie in zijn oor.
‘Gedraag je, Catootje,’ zei hij.
Maar daarvoor was ik hier toch juist niet?
Gelukkig begon de dj. Ook niet helemaal mijn ding. Alles kabbelt zo eindeloos voort.
Maar ja. Maar ja…
En het was bomvol. Zoekende zielen. Prima mensen die met zichzelf en elkaar in contact wilden komen.
Ik wilde er alleen maar een bommetje op gooien.
Dan maar naar de sauna.
Eerst met mijn lange, lieve vriend. Rood en gloeiend van de hitte lokte hij me naar binnen. We sprongen daarna het IJ in om af te koelen en genoten enorm van de zon en de boten.
De tweede keer zat ik met vijf mannen in de sauna. Ze neurieden zacht. Het was Gay Pride.
Ik neuriede mee.
Langzaam ontstond een prachtig samenspel. We zongen zeker een kwartier. Alsof we blije monniken waren. Blije, licht geile monniken.
Ik was even in de Here.
En daarna danste ik eindelijk close met mijn lange, lieve vriend.
