Ik was droevig.
De down na de up.
Ik lag op een matje in de woonkamer en deed halfslachtig wat yoga-oefeningen. Ik vroeg de I Tjing obsessief wat mijn waarde in godsnaam was, keek vanaf mijn balkon naar de mensen op straat en deed een heel klein dutje.
Gelukkig had ik een klusje. Een werkopdracht.
‘Zingen op het plein’. Een zomeractiviteit bij een buurthuis op de Oostelijke Eilanden.
Ik verzamelde moed, pakte mijn accordeon en meezingboekjes met zeemansliederen en sprong op de fiets.
Toen ik aankwam, stond er een man met een droeve, dikke buik. Hij was veertig jaar buschauffeur geweest en zei dat hij de mensen sinds corona erg had zien veranderen. Onaardiger. Meer op zichzelf.
Binnen zaten een paar moeilijke mensen aan de koffie.
“Wij kunnen niet zingen,” zeiden ze en keken langs me heen.
Buiten zat Jan. Dakloos. Kaal. Zonder tanden. Hij rommelde wat aan zijn karige bezittingen. De gastvrouw zette limonade met munt en wat bakjes borrelnootjes op de plastic tuintafel. Langzaam kwamen er mensen bij.
Ik vertelde dat ik me die dag heel alleen had gevoeld en zong een lied dat ik schreef over eenzaamheid in de grote stad.
Daarna speelde ik door.
Een Franse canon. Wat improvisatie. Toen de zeemansliederen.
Jan zonder tanden kreeg tranen in zijn ogen. Hij wees naar de hemel, vertelde woeste verhalen over vroeger en vroeg of hij het meezingboekje mocht houden.
“Muziek is alles voor de mensen,” zei hij.
‘Alles.’
Na een uur stond iedereen in een kring.
“Ik ben vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk…”
Een zware, stuurse man die eerst binnen was blijven zitten, kwam op het einde naar buiten en zette een cabaretesk jodellied in.
We jodelden vrolijk mee.
Toen kwam er nóg een Jan aanlopen.
Jan met de wilde baard. Een oude vriend. Mager, snel en bijzonder gezellig.
Hij vertelde dat hij zich de hele dag somber had gevoeld, maar met het idee dat er nog iets zou gebeuren.
En toen zag hij mij. Blij.
“Catootje!”
Hij leeft expres zonder telefoon en probeert op het toeval te navigeren.
Ik had de goden gevraagd me te verrassen.
Dat was gelukt.
Een uur later zwommen we samen bij het Marineterrein in het IJ. We aten een paar perziken en namen daarna het pontje naar Noord.
Maar dat…
…is weer een ander verhaal.
