Met Catootje on the road

Mijn oma en haar zus met grote jaren 70 brillen op hun kromme neuzen.
Mijn lieve oma en haar zus. Mijn Tante Toos, naar wie ik vernoemd ben.

Gisteren was ik ergens in een pittoresk gehucht in het midden van het land om op te treden voor een groep oudere mantelzorgers. 10 november is het namelijk de Dag van de Mantelzorg en ik was via via uitgenodigd voor een gig.

Zware levens, veel eenzaamheid en behoefte aan contact en begrip. Je zal toch maar dag in dag uit voor je dementerende man moeten zorgen die je nauwelijks nog herkent, of voor je psychotische dochter die je met een mes bedreigt. Ik noem maar wat.

Dus ik de trein in, met mijn gouden legging en Pietje Bel-pet. Natuurlijk droeg ik ook mijn accordeontas met daarop de dappere woorden ‘rock bag‘ op de rug. (Als iemand erg de behoefte voelt om iets aan mijn styling te doen dan hoor ik dat graag!) Ik werd opgehaald van het station door de charmante mantelzorgcoördinator. Druk babbelend over echtscheidingsproblematiek en alcoholisme reden we door het heerlijke Hollandsche landschap richting podium. Een oud schoollokaal waar de high tea goed verzorgd werd door een enthousiaste dorpeling die van beroep banketbakker was en jaren in verzorgingshuizen gekookt had. Hij nam uitgebreid de tijd om alle mooi uitgestalde hapjes te omschrijven en waarschuwde de dames niet alles in één keer naar binnen te stouwen.

Nieuw op mijn repertoire: ‘En ik ben met mijn Catootje naar de Botermarkt gegaan en ze kon maken wat ze wou!’ Daar begon ik mee, en de dames zongen hier en daar al een klein beetje mee. ’t Is een leuk lied om je lekker bij uit te sloven en het heeft een schunnige ondertoon die weliswaar ver te zoeken is maar die voor een bepaald publiek zeker nog voelbaar is.

Ik zong ‘Klein Vogelijn op groene tak, wat zingt ge ’n lustig lied’, en ‘Hou je  echt nog van mij, Rockin’ Billy?’ De middag werd een groot succes en na afloop bleek ik te weinig visitekaartjes bij me te hebben. Fijn!

Toen ik wegging klampte een dame me aan, en zei met betraande ogen: “Mijn man is dement, maar daar gaat het niet om. Vorige week is mijn kleinzoon omgekomen bij een ongeluk. Ik vond het fijn om er even uit te zijn. Dankjewel, ik heb genoten”. Pfoeh, die had ik niet aan zien komen.

Als er één ding is in het leven waar ik trots op ben, is het dat ik plezier beleef aan optredens als dit. Tien jaar geleden had ik me hier zeker te goed voor gevoeld. Het zou te pijnlijk zijn geweest: Ik, diva Cato, voor een zaal vol oude van dagen… Maar nu heb ik begrepen wat de kracht van mijn talent is en ben ik altijd blij als ik het mag gebruiken.

 

Jonge jonge jongen: het ontstaan van een liedje

Dit voelt behoorlijk professioneel: een heuse single uitbrengen. Het is een mooi nummer geworden, vind ik zelf, getiteld “Jonge jonge jongen”. Het album waar het op komt te staan is nu bijna af. Ik denk dat we het volgende week uit gaan brengen.

Gisteravond ben ik naar The Jet Lounge in Amsterdam-West geweest om de single te ‘testen’. Daar was het wekelijkse open podium van het Amsterdam Songwriters Guild.  Ik was samen met Colin Jones, a.k.a. The Dead Sea Captain. die de plaat produceert. Het was zowat een half uur fietsen – hij voor het eerst op de bakfiets (‘what a great experience!’) met daarin mijn accordeon en zijn gitaar, ik als gids voorop.

Colin logeert al een tijdje op de bank in onze huiskamer en heeft zijn 16track-recorder opgesteld naast de piano bij het raam. We hebben een paar geweldig creatieve weken achter de rug. We willen de wereld veroveren en leven van ons werk (wat al aardig lukt), en zijn er heilig van overtuigd dat we onze dromen waar kunnen maken. We geloven erin, al is het alleen maar omdat een positief toekomstbeeld vrolijk stemt. 🙂

Eenmaal aangekomen in de Jet Lounge mochten we elk drie nummers spelen. Dat is de opzet van de avond. Prima, de avond is erg populair, maar we merkten dat wij daar toch wel een beetje klaar mee zijn. Colin heeft in Liverpool (waar hij vandaan komt) vele open mic nights gehost en ik merkte aan zijn fysieke reacties dat hij sommige dappere strijders maar moeilijk kon verdragen. Ik raakte na de zevende sombere man op gitaar ook wel een tikkeltje uit mij hum 😦 Bovendien vonden we de aandacht en de interactie van het publiek niet erg hartverwarmend.

Een half jaar geleden logeerde bij ons thuis een andere jongen. Een vriend die tijdelijk onderdak zocht. Omdat ik wel van gezelligheid houd en het soms best fijn is om iets voor je medemens te kunnen betekenen, namen wij hem op in ons huishouden en boden aan hem te helpen met het weer op de rails krijgen van zijn enigszins gestrande leven…

Hoe dat afliep hoort u in mijn nieuwe single…

Dames en heren… Cato!